

De volgende serie wordt wel herkend als Chardonnay. De
boterige (malo-)neus, de eerste wijn doet me aan Chinese kruiden (5 spices mix)
denken, komt uit Western Australie, een relatie koel gebied. De andere is weer
van Tyrrell’s, uit de Hunter Valley dus, is meer een “Chablis” dan een Cote
d’Or stijl wijn (voor de oude wereldadepten die meelezen), een elegante wijn,
mooi fris, minder dominant hout en Toos’ eerste hartendiefje. Beide wijnen
hebben aanhangers, menigeen vindt de wijnen wel te duur betaald met rond de 20
en 30 euro. Ik wens deze mensen veel succes om in Bourgogne voor deze bedragen
mooiere wijnen te vinden, en hoop dat ze die dan meenemen naar Goirle op een
dinsdagavond.
Het identificeren van
de druif van de eerste serie rood is voor de meeste proevers geen probleem: dat
moet CabernetSauvignon zijn, met zo veel cassis. Ik rook zelf meer kersen maar
de wijnen hadden inderdaad wel iets van Bordeaux, maar dan wel van het rijke,
rijpe soort. De eerste, van Arlewood Estate, net als de eerste Chardonnay uit
de vorige serie, een warme wijn, wat speculaaskruiden over het donkere fruit.
De Grand Burge uit de Barossa Valley was voor mij wat frisser, meer framboos en gekonfijte kers, zéér hoog op smaak deze wijn, “bijna een droge limonade”
schreef ik op.
Nog een serie van drie rode wijnen, dat moet dan wel
syrah/shiraz zijn. Er is wat disucssie over wat nu de “blockbusters” zijn, en
wat de, ja, wat is het tegenovergestelde daarvan? De discussie komt om de
zoveel tijd terug op onze proeverijen. De Shaw Vineyards trapt af: lichte
stalneus, beetje gesloten nog, maar voor mij echt een winterwijn, dik,
krachtig, veel smaak (Estate Shiraz, Shaw Vineyards). Van een hoger gelegen
wijngaard komt de Cumulus Shiraz (2011) uit het gebied Orange. Ook weer wat
gesloten, maar wel met fruit in de smaak, ik denk weer aan kersen, een mooie
afdronk. Meer een lunchwijn, misschien, oppert iemand. Voor mij en enkele
andere proevers, maar zeker niet voor iedereen, is de derde wijn de mooiste,
meest complexe (beetje stal, weer, maar ook mint, inkt, kokos) en verfijnde
wijn: de Filsell van Grant Burge (ook Toos’ hartendiefje). Qua prijzen blijken
de wijnen vergelijkbaar, dus de keuze is reuze, naar gelang ieders voorkeuren
of drinkmomenten.
De uitdrinker: na de klassieker van Tyrrell’s verwacht ik een
Rutherglen Muscat, maar we krijgen een andere Down Under klassieker, een 10
jaar oude Tawny, wederom van Grant Burge. Een hele mooie uitdrinker (die hebben
het nogal eens moeilijk bij ons, zo aan het eind van de avond), krentjesneus,
noten hoor ik ook om me heen genoemd worden, dik fruit (mandarijnsap), mooie
zoet-zuurbalans, wel wat veel alcohol misschien maar daarover moeten we niet
klagen.
En ook over Australië, of de Nieuwe Wereld, moeten we dat
beter maar niet (meer) doen. Een zeer welkome afwisseling, of moet ik zeggen
een ‘refreshing breath of air’, deze proeverij, van wat we door de bank genomen
proeven op de soos. Dank je Toos!
Proefnotities en verslag Rob van Ginneken
Geen opmerkingen:
Een reactie posten